Alleen te gebruiken met toestemming van de auteur.
Wij hebben een oog in de muur. In de spouw om precies te zijn. Het kijkt naar binnen.
Ik weet, het kan helemaal niet. Los van het feit dat niemand in een spouwmuur kan passen (er zit maar een paar cm tussen de binnen- en buitenmuur, ik heb het nagevraagd) is het onmogelijk om er in te overleven. Maar toch keek er een oog vanbinnen de muur naar mij.
De eerste keer dat ik het zag verlamde het me, maar zoals bijna alle dingen kunnen wennen heb ik er een soort morbide vrede mee gesloten in mijn hoofd. Angst die beheersbaar blijft zolang ik dat oog maar niet meer zie kijken.
Allemaal omdat ik twee simpele gaten moest boren om de verwarming door te trekken naar de garage, die tegen het woonhuis aan gebouwd is. Eén gat net boven de vloer, de ander 40 cm erboven, een aan- en een afvoer. Met de grootste boor die ik kon vinden eerst door de woonkamermuur, een stukje spouw, daarna door de garagemuur. Alles loopt achter het gordijn door, zodat je er niets van zal zien.
* * *
Het zonlicht wat door het raam schijnt benadrukt het stof wat neer dwarrelt terwijl ik mijn oorbeschermers af doe en ik vraag me af of ik er niet beter tijdens het boren een stofzuiger bij had kunnen houden. Twee nieuwe gaten in de muur, zo donker dat het zwarte vlekken zijn op de cremekleurige wand. De gaten moeten precies uitgelijnd zijn, anders zal ik de verwarmingsbuizen er niet doorheen krijgen. Zittend op mijn knieen duw ik het gordijn een stukje aan de kant om met één oog door het bovenste gat te kijken. Nu ik er precies voor zit zie ik licht vanuit de garage door het gat. Er zit nog gruis in, ik blaas het even schoon. Weer mijn oog er op. Weer zie ik het licht van de garage. Of toch niet? Het licht wordt geblokkeerd, zie ik het goed? Na even te turen blijft mijn zicht door het gat belemmerd. Ik haal mijn hoofd naar achteren en door die beweging valt er wat licht vanuit de woonkamer het gat in.
Ik zie een mensenoog terug kijken!! Een fractie van een seconde denk ik nog dat het een glinstering is van stof, een weerspiegeling van een druppel water. Totdat het oog knippert! Met een ruk trek ik mijn hoofd weg. Mijn gedachten snellen me vooruit maar blokkeren. Ik voel het bloed uit mijn gezicht wegtrekken, maar niet naar mijn spieren om te vluchten. Mijn bloed trekt dieper weg, naar de organen, waardoor het me verlamd. Mijn lichaam in een overlevingsstand uit de oertijd, alleen de vitale delen van energie voorziend. Als een konijn in de koplamp van een auto.
De buitenwereld komt met al zijn lawaai en lichten en luchten weer snel terug. Een golf van realisatie van plaats en tijd, van bewustzijn. Ik ben niet eens alleen, mijn vriendin is boven bezig, ik weet niet met wat, ik hoor haar rommelen. Dit kan ik haar nooit vertellen, het is te onwerkelijk. Toch zal ik nooit gaan twijfelen over wat ik heb gezien. Het was een levend mensen oog. Zoals niemand zich ooit zal kunnen vergissen in de levensloosheid in de ogen van een dode, vergis ik me nu ook niet in het vuur van leven in dat oog.
Ik ben niet gek.
Ratio dwingt mij door te gaan, ik hoef niet nog een keer te kijken. Ik ram gewoon die cv-leiding door de muur en spuit het dicht met kit. Ik zal alle muren controleren op gaten, alles opvullen. Niets zal daardoor naar binnen kunnen kijken.
Als ik het niet zie bestaat het niet.
* * *
Soms, als ik niet kan slapen, lig ik weleens te denken in bed: heb ik wel alle gaten wel goed dichtgestopt? Hoe zit het eigenlijk met elektriciteits dozen? Ik weet dat in het plafond niet alle verdeeldozen dicht zijn, de kapjes zijn al lang kwijt, maar daar hangt dan toch een plafonière voor?
Of zou het toch mogelijk zijn dat ik te zien ben door het melkglas van de lamp, in een witte waas met vertekend beeld, constant bespied door het oog in de muur?
